Sinds 2 december 2025 is de voormalige Belgische premier Alexander De Croo de officiële administrateur van het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP), een van de machtigste instellingen binnen de VN. Het UNDP, dat aanwezig is in meer dan 170 landen, beïnvloedt het overheidsbeleid op het gebied van gezondheid, onderwijs, bestuur en internationale ontwikkelingsprioriteiten.
Deze inauguratie markeert de komst op een strategische wereldpositie van een politiek leider wiens staat van dienst op het gebied van internationale samenwerking ernstige zorgen baart bij iedereen die opkomt voor het menselijk leven en de onafhankelijkheid van naties en culturen.
Alexander De Croo treedt immers niet aan het hoofd van het internationale ontwikkelingsbeleid zonder een duidelijke ideologische oriëntatie. Toen hij Belgisch minister van Ontwikkelingssamenwerking was, was hij een van de belangrijkste voortrekkers van het internationale initiatief She Decides, dat tot doel had publieke middelen te mobiliseren om de wereldwijde toegang tot anticonceptie en abortus uit te breiden. Dit initiatief was allerminst marginaal: het beoogde expliciet om de "toegang tot abortus" tot een centraal element van het ontwikkelingsbeleid te maken.
Sinds enkele jaren voltrekt zich binnen de internationale ontwikkelingshulp een stille verschuiving: ontwikkeling wordt niet langer uitsluitend opgevat als de strijd tegen armoede of de verbetering van levensomstandigheden, maar steeds meer als een instrument van maatschappelijke transformatie. In dat kader worden begrippen als "seksuele en reproductieve rechten" geleidelijk politieke criteria die de toekenning en uitvoering van hulpprogramma’s begeleiden.
Tal van internationale waarnemers hebben reeds gewaarschuwd voor een evolutie waarbij toegang tot bepaalde internationale financieringen gepaard gaat met impliciete verwachtingen op het vlak van 'reproductief gezondheidsbeleid'. Zonder dat er sprake is van een formeel uitgesproken dwang, bestaat de onderliggende logica bekend dat staten die afhankelijk zijn van ontwikkelingshulp snel begrijpen welke beleidskeuzes partnerschappen vergemakkelijken en welke deze bemoeilijken.
Dit is waar de benoeming van Alexander De Croo bijzonder zorgwekkend wordt.
Aan het hoofd van het PNUD beschikt hij voortaan over een mondiale hefboom om prioriteiten, financieringen en partnerschappen te sturen in tientallen landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Zijn politieke parcours toont echter een constante bereidheid om abortus voor te stellen als een maatstaf van maatschappelijke vooruitgang. Het risico is dan ook reëel dat ontwikkelingshulp het vehikel wordt van een specifieke morele visie — westers, liberaal en individualistisch — die wordt toegepast op samenlevingen die deze evolutie noch hebben gevraagd, noch democratisch hebben gekozen.
Deze dynamiek komt overeen met wat talrijke denkers uit het Zuiden vandaag aanklagen als een nieuwe vorm van kolonisatie. Niet langer territoriaal of economisch, maar cultureel en moreel. Waar vroegere koloniale machten hun politieke structuren exporteerden, exporteren bepaalde internationale instellingen vandaag maatschappelijke normen: een bepaalde visie op het gezin, het moederschap en de menselijke waardigheid en het leven zelf.
De paradox is opvallend. In naam van de emancipatie van vrouwen wordt aan de meest kwetsbare samenlevingen méér ondersteuning voor het moederschap, sociale bescherming of obstetrische zorg aangeboden op voorwaarde abortus als voornaamste antwoord op economische moeilijkheden wordt vergemakkelijkt. Ontwikkelingshulp dreigt zo niet langer een zuivere ondersteuning van ontwikkelingslanden te zijn, maar misbruikt te worden voor een opgelegde transformatie van hun fundamentele antropologische referentiekaders.
Voor de pro-life beweging is dit een ernstige ontwikkeling. Het dreigt geleidelijk aan het idee te vestigen dat het beschermen van leven voor de geboorte een obstakel is voor ontwikkeling en dat staten zich moeten aansluiten bij één internationale norm om volledig geïntegreerd te blijven in de wereldwijde programma's voor ontwikkelingssamenwerking.
CLARA Life herinnert eraan dat geen enkele authentieke ontwikkeling kan worden opgebouwd tegen het menselijk leven of tegen de morele vrijheid van volkeren. Een natie helpen betekent niet haar cultuur hertekenen. Vrouwen ondersteunen betekent niet hun toekomst tegenover die van hun kind plaatsen.
De benoeming van Alexander De Croo als hoofd van het UNDP zou daarom een alarmsignaal moeten zijn. Meer dan ooit zal het maatschappelijk middenveld waakzaam moeten blijven voor het risico dat internationale ontwikkelingshulp het instrument wordt van een wereldwijde ideologische druk — een morele kolonisatie uitgeoefend in naam van de vooruitgang.

