CLARA Life is voor het ouderschap, maar tegen draagmoederschap.
In België zijn er – zoals in de rest van de wereld – te weinig vrouwen die vrijwillig draagmoeder willen worden. Vanuit de enorme vraag ontstond commercieel draagmoederschap, waarbij men vrouwen middels geld toch probeert te overtuigen om hun “baarmoeder (en eicellen) ten dienste” te stellen van wensouders. Hoewel het betalen van draagmoeders doet uitschijnen dat het hier gaat over een volledig vrijwillige transactie tussen twee gelijke partijen, zijn het vaak sociaal zwakkere vrouwen die zichzelf als draagmoeder gaan aanbieden. Niet bewust van de emotionele gevolgen en/of gepusht door een behoefte aan geld, lopen deze vrouwen en hun kinderen een aantal belangrijke risico’s, hetgeen commercieel draagmoederschap moreel onwenselijk maakt.
Inleiding
Draagmoederschap is in België niet volledig wettelijk geregeld. In principe is betalen voor de dienst van het draagmoederschap niet toegelaten, hoewel onkosten wel vergoed mogen worden door wensouders. Dit leidt tot twee evoluties: enerzijds trekken Belgen naar het buitenland (bijvoorbeeld de VS), waar commercieel draagmoederschap toegelaten is. In Amerika en Canada wordt draagmoederschap aangeboden tegen prijzen die regelmatig de 200.000 dollar overstijgen. In Europa, waar commercieel draagmoederschap minder vaak toegelaten is, zijn er verhalen bekend waar onkosten steeds ruimer geïnterpreteerd worden, bijvoorbeeld door wellnessweekends, restaurantdinertjes en allerlei andere cadeautjes aan de draagmoeders aan te bieden. Hierdoor krijgt ook dit type draagmoederschap steeds meer een commerciële natuur. In 2023 werd de totale draagmoedermarkt geschat op bijna 15 miljard dollar, en wordt verwacht dat deze bijna 100 miljard dollar zal bedragen tegen 2033. Vanuit deze evolutie zien we ook dat in België steeds vaker de wens geuit wordt om commercieel draagmoederschap te legaliseren. Tegelijkertijd publiceerde de speciale rapporteur “on violence against women and girls” van de VN recent een vernietigend rapport over draagmoederschap, waarbij draagmoederschap neergezet werd als een groot probleem voor zowel de betrokken draagmoeder als de kinderen, en dat draagmoederschap eigenlijk gebannen zou moeten worden. Maar waarom is draagmoederschap dan zo moreel problematisch?
Hebben mensen recht op kinderen?
Niet elk draagmoedercontract wordt aangegaan omdat een vrouw geen kinderen kan krijgen. Denk maar aan de vele Hollywoodsterren die draagmoeders zoeken omdat ze hun carrière niet onderbroken willen zien of de lichamelijke ongemakken van een zwangerschap niet willen ondergaan. Echter de belangrijkste argumenten pro draagmoederschap hebben wel betrekking op ongewenst kinderloze koppels. Om na te gaan of commercieel draagmoederschap wel kan, starten we dus bij een argument dat men vaak hoort bij mensen die (commercieel) draagmoederschap verdedigen, namelijk het argument dat iedereen toch recht heeft op een kind. Het claimen van een recht is iets zeer sterks omdat men vanuit deze positie claimt iets maatschappelijk te kunnen afdwingen, bijvoorbeeld het faciliteren of zelfs actief ingrijpen van de staat. Als men kan aantonen dat mensen een recht op kinderen hebben, maakt dat de casus voor commercieel draagmoederschap sterker.
Hoewel een kinderwens hebben zeer normaal is, en een onvervulde kinderwens een enorme bron van lijden kan zijn, kan men daar niet zomaar een recht op een kind uit afleiden. Dit kan verwarrend zijn omdat men wel mensenrechten heeft die het recht op het stichten van een gezin en het recht op zelfbeschikking beschermen. Dat wil zeggen dat men niet belemmerd mag worden om een gezin te stichten. Men kan echter geen recht afdwingen op een kind omdat men geen rechten kan claimen op andere mensen. Ik kan net zomin claimen dat ik recht heb op een partner of dat ik recht heb op vrienden. Als ik namelijk een onmogelijk karakter zou hebben, zou men mensen moeten dwingen om mijn partner of vriend te worden. Net zomin kan je de overheid of iemand (in deze de maatschappij) dwingen om jouw kinderwens te vervullen.
Vaak wordt aan deze uitspraak gebonden dat men kinderen nodig heeft om gelukkig te zijn. Hier wordt de kinderwens dan verbonden aan een soort imaginair recht om gelukkig te zijn. Om te beginnen hebben burgers opnieuw geen recht om gelukkig te zijn: zo’n recht zou de overheid verplichten om allerlei (gekke) wensen van haar burgers te gaan verwezenlijken. De overheid zou dan ook autofanaten moeten voorzien van Ferrari’s en Lamborghini’s, terwijl mensen die gelukkig worden van hele dagen nietsdoen onderhouden moeten worden door de overheid. Bovendien is dit een nogal egoïstische wens; zoals de Duitse filosoof Kant aangaf moet je een andere mens altijd als doel en nooit louter als middel zien. Een kind kan niet op deze wereld gezet worden louter en alleen om jou gelukkig te maken, net als een ander mens niet jouw vriend of partner moet worden opdat jij gelukkig kan zijn.
Dat men geen fundamenteel recht heeft om kinderen te hebben, wil niet zeggen dat men automatisch commercieel draagmoederschap kan gaan diskwalificeren. Ik heb geen recht op een fiets, een vergiet, een Playstation of de diensten van een tuin- of timmerman, maar er is geen enkel ethisch probleem dat ik deze morgen zou kopen. Echter, in de volgende paragrafen zal aangetoond worden dat commercieel draagmoederschap legaliseren enorm problematisch is omdat het enerzijds geen normale transactie is en anderzijds heel vaak niet samengaat met de vrije keuze voor een zwangerschap.
Draagmoederschap is geen normale markttransactie
Eén van de fundamentele problemen bij draagmoederschap is dat het moederschap gaat commodificeren. Met commodificatie wil men zeggen dat iets dat vroeger niet verkocht werd, plots vermarkt zal worden. Commodificatie, zo stelt de filosoof Sandel, heeft echter een aantal problemen. Zo kan iets zijn inherente waarde verliezen wanneer we het gaan (ver)kopen. Denk maar aan liefde en vriendschap: als we gaan betalen hiervoor, dan stopt het oprechte karakter van beiden en spreken we eigenlijk niet meer over liefde of vriendschap.
Ook bij draagmoederschap gaat dit proces plaatsvinden. Moederschap, dat onder andere fundamentele geborgenheid, liefde en een unieke relatie tussen moeder en kind voor de rest van het leven inhoudt, wordt fundamenteel gecorrumpeerd door (commercieel) draagmoederschap, omdat ze van bij de start tijdelijk gemaakt wordt. Ook het vaderschap, inherent verbonden aan het moederschap en de familie, wordt (indirect) gecorrumpeerd, juist omdat vaders hun rol gedurende (en eventueel na) de zwangerschap niet kunnen opnemen.
Uiteraard is niet-commercieel draagmoederschap ook gedeeltelijk onderhevig aan deze problemen. Maar symbolisch heeft commercieel draagmoederschap nog problematischere implicaties, omdat het hele proces van ouderschap geassocieerd gaat worden met transacties, waarbij kinderen steeds meer als handelswaar gezien gaan worden. Echter, het krijgen van kinderen is een hoger goed dat we daarom onder geen beding mogen commercialiseren, zo stelt de filosofe Elizabeth Anderson. Bovendien draagt het commercialiseren van draagmoederschap het potentieel in zich om vrouwen te reduceren tot hun baarmoeder.
Draagmoeders of dwangmoeders?
Niet alleen wordt moederschap gecorrumpeerd door het te vermarkten, de markt van het draagmoederschap is bovendien enorm problematisch volgens Sandel, omdat er een enorme ongelijkheid aanwezig is. Vrouwen die arm zijn kunnen zichzelf gedwongen zien om zichzelf als draagmoeder op te geven. Dit is in de praktijk ook zo. De overgrote meerderheid van vrouwen die zich opgeven als commercieel draagmoeder, doet dit om monetaire redenen en veel van deze vrouwen zijn arm.
Vaak wordt dan het volgende tegenargument geopperd: “Ik moet ook elke dag gaan werken tegen mijn zin om niet arm te worden, dus waarom zou het problematisch zijn dat iemand commercieel draagmoeder is tegen haar zin?” Dit is echter geen goed argument. Ten eerste is moederschap iets unieks, het is geen normale vorm van arbeid of een taak. Er zijn zware psychologische en fysieke inspanningen van de vrouw aanwezig gedurende de zwangerschap, met bijhorende risico’s. Ten tweede heeft het afstaan van een kind een belangrijke emotionele impact op moeder en kind. Zowel moeders als kinderen kunnen psychologische problemen ontwikkelen na een bruusk scheiden van elkaar. Tenslotte zul je door moederschap te commercialiseren het ook gaan contractualiseren. Moeders zullen verplicht worden hun kind af te staan. Wat doe je met moeders die het kindje niet willen afstaan na de geboorte? Is dat dan contractbreuk? Moet je arme moeders dan dwingen het geld terug te betalen? Kan je vrouwen dwingen om biologische voeding te eten of blootstelling aan bepaalde goederen – zoals tabakswaren – te vermijden? Het is duidelijk dat mensen die draagmoeder worden dit doen onder een monetaire dwang, waarbij ze zichzelf blootstellen aan zware lichamelijke en psychische problemen. Het kan dus niet gezien worden als een normale vorm van arbeid.
De gevolgen voor het kind
Naast de gevolgen voor de moeder is er uiteraard ook een enorme impact voor het kind. Het kind kiest helemaal niet voor draagmoederschap. Door draagmoederschap te gaan organiseren gaan we er bewust voor kiezen om kinderen bloot te stellen aan potentiële hechtings- en identiteitsproblemen. Vragen over afkomst en het gevoel geïnstrumentaliseerd te zijn geweest als een soort handelswaar kunnen zwaar wegen op het kind.
Waarom geld gezien wordt als een oplossing
Hoewel er vaak sprake is van financiële dwang, sluiten we hier maatschappelijk vaak de ogen voor. Omdat we dagdagelijks enorm veel transacties uitvoeren zonder daar veel problemen bij te ervaren, gaande van kleding en eten kopen, gaan we ervan uit dat betalen voor een product of dienst gewoonweg in orde is. Volgens de filosoof en econoom Adam Smith beslisten we als mensen ooit om geld te gaan gebruiken om ruil te vergemakkelijken. Bij het ruilen van goederen en diensten heb je namelijk het enorme probleem dat beide partijen exact datgene ter beschikking moeten hebben dat de andere partij wenst. Dat limiteerde ruil, want een boer of jager zal wel een paar keer voedsel willen ruilen voor een pot van een pottenbakker, maar deze heeft niet oneindig veel potten nodig. In een ruileconomie stopt de handel dan gewoon. Op deze manier faciliteerde geld de handel tussen mensen, omdat de pottenbakker gewoon eten kon kopen met geld, terwijl iemand anders van wie de pottenbakker niets meer nodig had (bijvoorbeeld een kleermaker) met geld potten kon kopen.
Het probleem is dat wanneer men geld vraagt voor een goed, het lijkt alsof beide partijen ten volle akkoord gaan met een deal en dat deze sociaal wenselijk is. Onze maatschappij is namelijk doorweven van transacties waarbij we goederen en diensten kopen, gaande van de bakker tot ons internetabonnement. Dit gebeurt zonder nadenken en we gaan er gewoon van uit dat de andere partij ermee akkoord is.
Dat is evenwel niet zo; er is genoeg sprake van situaties waar mensen uitgebuit worden en toch betaald worden. Onder invloed van dwang, verslavingen, psychische problemen, geldproblemen, enzovoort gaan ze werk verrichten dat ze anders nooit zouden doen. Denk maar aan prostitutie, drugskoeriers, enzovoort, waarbij mensen dan misschien betaald worden, maar dat werk – wanneer ze vrij van problemen zouden zijn geweest – nooit hadden uitgevoerd.
Net deze problematieken drijven ook vrouwen in precaire situaties naar de job van “draagmoeder”, hetzij openlijk commercieel, hetzij via allerlei giften en cadeautjes. De begrijpelijke kinderwens die mensen kunnen hebben, kan dan ook geen oplossing vinden in het gebruik van commerciële draagmoeders. Want al lijkt er een gelijkwaardigheid van beide partijen bij het afsluiten van het draagmoedercontract, in realiteit is en blijft het een contract waarbij de draagmoeder vaak veel zwakker staat en het betrokken kind helemaal niets te zeggen heeft.

