Brussel, 24 februari 2025 - Het Centre d'Action Laïque (CAL), een erkende eredienst in België, heeft een alarmerende tekst gepubliceerd: de Europese Commissie zou "klaar zijn om de rug toe te keren" het Europees burgerinitiatief (ECI) My Voice, My Choicewaarin wordt opgeroepen tot een mechanisme van financiële solidariteit tussen staten om de toegang tot abortus in het buitenland te vergemakkelijken.
CAL houdt vast aan drie ideeën: ten eerste zou het voorstel "niets ideologisch" zijn. Ten tweede, zou MVMC eenvoudigweg een kwestie van praktische solidariteit zijn. Ten derde, zou de Commissie een "massale publieke mobilisatie" verraden.
Maar dit pleidooi voor participerende democratie lijdt aan een terugkerende zwakte: verontwaardiging met twee maten en twee gewichten.
2014: EBI "One of Us", 1,9 miljoen handtekeningen, genegeerd
Je kunt in 2026 de ICE niet bijna heilig verklaren als symbool van ‘Europese democratie’, terwijl je tegelijk vergeet dat de Commissie eerder al weigerde om een wetgevend vervolg te geven aan een ICE die zelfs méér steun had.
Het Europees burgerinitiatief (EBI) « One of Us » verzamelde ongeveer 1,9 miljoen handtekeningen (waarvan 1,7 miljoen geverifieerd) en wilde dat de EU zélf zou stoppen met het financieren van activiteiten die de vernietiging van menselijke embryo’s veronderstellen, met name in onderzoek en ontwikkelingshulp. De Commissie weigerde een wetgevend voorstel te doen en reageerde met een mededeling op 28 mei 2014.
Waar was toen de vrijzinnige verontwaardiging? Waar waren de opiniestukken die uitlegden dat het afwijzen van een geslaagd burgerinitiatief een “politiek rampzalig signaal” zou zijn, een “verraad” aan burgerparticipatie, een miskenning van “een van de meest directe uitingen van de Europese democratie”?
Men kan het grondig oneens zijn met “One of Us”. Maar als men beweert het principe te verdedigen dat een transnationale mobilisatie de Commissie politiek verplicht, dan moet men uitleggen waarom dat principe niet met dezelfde felheid werd ingeroepen toen een "pro-life" EBI succesvol bleek te zijn. Dit is een terugkerend mechanisme: men verheft het instrument tot iets bijna heiligs wanneer het de eigen agenda dient, en relativeert het zodra het de eigen agenda tegenwerkt.
De kern van de zaak: EU-bevoegdheden en loyaliteit aan de Verdragen
Het meest doorslaggevende punt – en paradoxaal genoeg het punt dat je in militante tribunes veel te weinig hoort – is de vraag naar de bevoegdheden. Niet elk Europees burgerinitiatief (EBI) staat juridisch even sterk: sommige passen vanzelf binnen de bevoegdheden van de Unie, andere vereisen bijzondere kunstgrepen om te doen alsof ze eronder vallen.
En wat dat punt betreft is de vergelijking verhelderend: "One of Us" viel duidelijker binnen de opdracht van de Unie dan "My Voice, My Choice".
1) "One of Us": een EBI gericht op het bestaand gebruik van Europese fondsen zelf
"One of Us" vroeg de EU niet om wetgeving op te stellen over abortus in de lidstaten. De belangrijkste eis was dat de EU haar eigen financiering niet zou richten op activiteiten die de vernietiging van menselijke embryo's veronderstellen, vooral bij wetenschappelijk onderzoek en ontwikkelingshulp.
In termen van het Unierecht is dat een eenvoudige logica: de EU kan altijd beslissen om iets niet te financieren. Ze bepaalt de criteria van haar programma’s, de voorwaarden voor het in aanmerking nemen van uitgaven, en haar budgettaire prioriteiten. Of men het morele doel nu onderschrijft of niet, het voorwerp was wél Europees: het ging om de coherentie van het optreden en de bestedingen van de Unie.
2) "My Voice, My Choice": een mechanisme dat de kern van een sterk afgebakende bevoegdheidsverdeling overschrijdt
“My Voice, My Choice” daarentegen beoogt een mechanisme dat via een op Europees niveau georganiseerde financiële solidariteit de toegang tot abortus in het buitenland moet vergemakkelijken. De initiatiefnemers spreken graag over “gelijkheid” en “gezondheid”, en het CAL presenteert het als een concrete, “niet-ideologische” vorm van solidariteit.
Maar in werkelijkheid gaat MVMC niet over “gezondheid” in neutrale zin, maar over een fundamentele bio-ethische keuze, een domein waarin de Unie geen bevoegdheid heeft. Bovendien laat artikel 168 VWEU ook geen algemene harmonisatie toe van de nationale bepalingen op het vlak van gezondheid.
Met andere woorden: zelfs al kan men gezondheidsbeleid, financiering en samenwerking ontwikkelen, er is een wezenlijk verschil tussen het ondersteunen van grensoverschrijdende projecten i.v.m. de volksgezondheid en het uitbouwen van een instrument dat er net op gericht is om, via een financiële sturing, nationale beperkingen te overrulen rond een moreel en politiek omstreden handeling.
Je kan het noemen zoals je wil, maar “neutraal” is het niet. Het is geen loutere “solidariteit” zoals een fonds voor zeldzame ziekten of een ziekenhuissamenwerking. Het is een politiek hefboom die in de praktijk druk zet op nationale maatschappelijke keuzes. Het gaat niet alleen om morele ideologie; het gaat om institutionele ideologie: het idee dat de Unie, via financiële instrumenten, het bevoegdheidsevenwicht en de pluraliteit van lidstaten en volkeren kan omzeilen in een fundamentele antropologische kwestie.
Retoriek over "democratie" is niet voldoende om een voorstel legitiem te maken
Het CAL waagt een retorische gok: “1,2 miljoen burgers” tegenover “een technocratische Commissie” plaatsen. Dat klinkt sterk, maar het antwoordt niet op de beslissende vraag: een meerderheid aan handtekeningen schept niet zomaar, als toverij, een Europese bevoegdheid die niet bestaat.
De Unie steunt op het principe dat zij alleen handelt binnen de grenzen van de bevoegdheden die de lidstaten haar via de verdragen hebben toegekend, en dat zij zelfs binnen die bevoegdheden alleen optreedt als, en voor zover, de doelstellingen van het voorgenomen optreden niet voldoende door de lidstaten zelf kunnen worden bereikt. Dat principe beschermt de pluraliteit van de volkeren en verhindert dat transnationale coalities – zeer gemobiliseerd en bijzonder efficiënt – de Europese instellingen omvormen tot een machine om één uniform model op te leggen, zeker bij onderwerpen die raken aan het geweten en het familierecht.
Hoe zou MVMC het institutionele evenwicht en het subsidiariteitsbeginsel respecteren, als het net mikt op situaties waarin een lidstaat bewust voor een restrictieve regeling heeft gekozen? En als de Commissie weigert, is dat dan per se “de vrouwen de rug toekeren”, of is het – mogelijk – gewoon een herinnering dat de Unie geen federale staat is en dat niet alles op Europees niveau kan worden geregeld?
Minimale consistentie: dezelfde regels, dezelfde naleving, dezelfde vereisten
Als men “My Voice, My Choice” wil verdedigen, moet men ophouden te doen alsof het “niet-ideologisch” is: het is een maatschappelijke keuze, een politieke keuze én een institutionele keuze, die het zwaartepunt van een fundamentele ethische kwestie naar Brussel-Schuman wil verschuiven.
Europa zal niet standhouden door de tegenstander voortdurend te moraliseren, noch door haar participatieve mechanismen opportunistisch uit te buiten. Ze zal standhouden door coherentie: de regels respecteren wanneer ze ons goed uitkomen én wanneer ze ons niet goed uitkomen; bij een eerlijk debat over de bevoegdheden; en de weigering om een project met een antropologische transformatie van de maatschappij te verkopen onder het masker van loutere “solidariteit”.
Op dat niveau moeten de hedendaagse debatten beoordeeld worden: niet op het aantal slogans of hun marketingwaarde, maar aan hun coherentie, hun eerbied voor de rechtsorde en het belang dat gehecht wordt aan de waarheid.

